The game of Darts


Etiquette

Zoals bij iedere sport hoor je je ook bij het darten te gedragen. Er wordt als speler, schrijver of toeschouwer van je verwacht dat je je houdt aan de volgende regels:

1. Wees sportief
Een darter schudt altijd aan het begin van de partij de hand met zijn tegenstander en wenst hem succes. Maar ook na de wedstrijd geef je de tegenstander een hand, zeggende dat hij/zij goed gespeeld heeft, of je nu hebt verloren of gewonnen.

2. Leid je tegenstander nooit af
Omdat er bij darten veel van je concentratie wordt gevraagd is het belangrijk dat je door niets of niemand afgeleid wordt. Niet door je tegenstander maar ook zeker niet door het publiek. Hier even de punten op een rijtje:
- Praat nooit tegen de speler die moet gooien.
- Ga niet staan te roepen of schreeuwen na elke dart die is gegooid.
- Wacht tot je tegenstander alle 3 de darts heeft geworpen voordat je hem complimenteert met zijn worp.
- Maak geen plotselinge bewegingen als een speler aan het gooien is. Dit geldt vooral voor de schrijver.
- Ga nadat je gegooid hebt altijd achter de tegenstander staan.
- De toeschouwers moeten stil zijn op het moment dat er gegooid moet worden.

3. Wees een goede verliezer
Waardeer wat andere spelers bereikt hebben. Als een andere speler van je wint, zorg dat je daar mee kunt leven. Houdt altijd in gedachten dat als jij iets goed hebt gegooid dat je er ook blij mee zou zijn, en wees dus ook blij voor je tegenstander. Dit toont dat je een goed sportman bent, maar het zorgt er ook voor dat je zelf ontspannen blijft. Je zult altijd beter gooien als je ontspannen blijft dan wanneer je je boos maakt of gespannen bent

Spanning

Darters klagen vaak dat ze op belangrijke momenten in een partij zeer gespannen zijn en dat ze daarom niet in staat zijn te profiteren van wat achteraf een grote kans blijkt te zijn om de wedstrijd te winnen of terug te komen in de partij.

-We kennen allemaal de situatie wel waarin je op die lekkere dubbel 16 staat in de beslissende leg, drie darts in je handen, maar hij moet er in. Zo niet dan is het afgelopen uit en zal de tegenstander de partij uitmaken. Dit is het moment waarop de zenuwen komen. Je hand trilt, je knieen knikken en voelen aan als gesmolten boter, je begint God of Boedda aan te roepen om juist deze dart er in te laten gaan - helaas God is net gaan eten en Boedda is net aan het mediteren, je mist.

-Je tegenstander gaat met een brede glimlach aan de oche staan en gooit heel simpel de 60 punten die nog op het bord stonden uit met twee darts. Later vraag je je af wat je bezielde. Als je met twee nul zou hebben voorgestaan zou je die dubbel 16 met je ogen dicht gegooid hebben. Die zenuwen zul je zeggen, en gelijk heb je, het zit allemaal tussen de oren. Het is de manier van denken die bepaalt wat er gebeurt. Wanneer je naar de Oche stapt met het idee dat je de dubbel MOET RAKEN 'omdat je anders de partij verliest', dan is er een grote kans dat je mist.

Omgaan met de spanning

-Het is heel simpel, denk niet aan winnen of verliezen. Denk alleen aan spelen. Als je bij een dergelijk punt in de wedstrijd komt, zeg je tegen jezelf, "kom op gewoon spelen". Verspil geen enkele gedachte, tijdens de hele wedstrijd, aan verliezen. Schrap het woord verliezen gewoon uit je mentale woordenboek, je hebt het niet nodig. Oefen jezelf erin om je gedachten te controleren. Zodra je tijdens de partij een 'negatieve' gedachte opmerkt, stop dan even, neem wat mentale rust en zeg 'STOP'. Trek je schouders op, haal diep adem en ga geconcentreerd aan de oche staan met slechts 1 ding in je gedachten: 'Speel'.
Dit zou voldoende moeten zijn voor de meeste situaties waarin je gespannen bent. Soms echter lukt het niet om het beven van je handen te stoppen, en kun je je niet concentreren op het bord.

-Omdat het zo moeilijk is en zo vaak voorkomt willen we je graag een simpele ontspannings-oefening aan de hand doen. Deze oefening vergt slechts een beetje training. De oefening heet 'De stille ruimte'.
Neem, zo vaak als je kan, tien minuutjes de tijd. Het mooiste zou zijn om dit iedere dag te doen, maar minstens 1 keer in de week als het niet anders kan. Ga zitten en ontspan je. Pak met 1 hand de duim van de andere hand vast en knijp in de duim. Denk hierbij aan een rustige plek, een plek waar je je kunt ontspannen. Dit zou een tropisch eiland in de zon kunnen zijn, waar je lekker in de zon kunt liggen of die comfortabele stoel in je woonkamer het maakt eigenlijk niet uit zolang je je er maar bij kunt ontspannen. Hou deze gedachte vast gedurende vijf tot tien minuten en blijf gedurende de hele tijd in je duim knijpen. Wanneer je deze oefening regelmatig herhaalt zal het op een gegeven moment zo zijn dat je alleen maar in je duim hoeft te knijpen op de spannende momenten om alle spanning kwijt te raken.

Ver achter of juist op voorsprong (1)

Het ene spel sta je ver achter, het andere spel sta je ver voor - heel normaal voor een darter. Beide situaties hebben zo hun eigen mentale gevolgen. De meest normale situatie is dat de (naar verwachting!?) betere darter voor staat. Dan ontstaat er de "normale" situatie iedereen had dit verwacht, niets bijzonders. Meestal komt er een moment in het spel dat de "mindere" speler het opgeeft, en daarna is het allemaal voorbij.
Vaak kun je eenvoudig zien welke speler er achter staat, door naar het gedrag van de spelers te kijken. De speler die achter staat laat het koppie en de schouders zakken, schud veelvuldig met het hoofd, en soms loopt hij/zij zelfs te schelden. Nou, alleen mentaal zwakke spelers gedragen zich op deze manier.

In dergelijke situaties, waarin je ver achter staat is het belangrijk om te bedenken welke indruk je achter laat. Kijk nu zelf eens naar wat hierboven beschreven staat. Lijk jij aan de oche op een loser? Geloof me, dan ben je meestal ook zo. De speler die voorstaat verwacht dit ook zo. Recht je schouders, hou je kop hoog en ga met vol vertrouwen aan de oche staan. Wat kan het jou schelen hoe de stand op dat moment is. Zorg dat je eruit ziet als een winnaar. Je tegenstander zal je zelfverzekerdheid herkennen en misschien (als hij mentaal zwak is) gaat hij zich afvragen waarom jij eruit ziet alsof je voorstaat. Dit is je kans. Op het moment dat je je tegenstander meer laat nadenken dan hij normaal doet, raakt hij misschien wel uit balans. Je moet natuurlijk nog wel even een paar goede beurten hebben om dichtbij te komen, maar wanneer je er sterk en zelfverzekerd uitziet (zelfs al voel je je niet zo) kan het zomaar gebeuren dat je opeens wel dat vertrouwen krijgt. Als je er uitziet als het baasje is het niet zo gek dat je eens ook het baasje wordt!

Natuurlijk komt dit ook niet vanzelf, je moet erop trainen. Blijf letten op je gedrag tijdens wedstrijden. Vraag een vriend om je te bekijken terwijl je wedstrijden speelt. Na de wedstrijd zal hij je kunnen vertellen welke indruk je tijdens de partij gaf. Na een poosje is het niet meer zo moeilijk om het effect wat je gedrag heeft op je tegenstander te herkennen, waarna je het zelf beter zult leren controleren.

Ver achter of juist op voorsprong (2)

Dit onderwerp behandelt die momenten dat je op een onverwachte voorsprong komt te staan. Stel je voor, je speelt tegen een veel betere darter, maar om de één of andere reden gooit hij geen deuk in een pakje boter, of jij gooit je beste partij ooit en je staat zomaar voor. Vaak gaan er dan vreemde dingen gebeuren: de zwakkere speler die voorstaat wordt nerveus raakt helemaal niets meer en geeft al blunderend de partij weg.

Wat er gebeurd is het volgende: iedereen begint een partij met een idee hoe de partij zich zal gaan ontwikkelen. Daar is niets mis mee, het is belangrijk je voor te bereiden op wat er op het bord gaat gebeuren in de volgende paar minuten. Als je tegen een sterke tegenstander speelt, verwacht je een moeilijke partij, meestal gebeurt dit ook. Maar soms gaat het allemaal wat makkelijker dan je verwacht. Wanneer dit gebeurt, ben je verrast en als dat gebeurt dan ga je nadenken. "Wat gebeurt er hier, ik sta voor. Dit is mijn kans. NU MOET IK HEM PAKKEN".
Als je éénmaal in deze "ik moet, het is nu of nooit" stemming bent, begin je jezelf onder druk te zetten. Meestal komt met de druk, die je jezelf oplegt, ook de spanning. En je weet dat spanning niet goed voelt, dat merk je ook meteen in de partij. Dat is het gevaar van de partij waarbij je onverwacht op voorsprong komt te staan. Je bent verrast en blij met het feit dat je voorstaat, daarom merk je niet dat de spanning opeens een potje mee komt darten. En dan is het ineens allemaal voorbij.

Trainen, trainen, trainen

Oefenen is het belangrijkste om je spel te verbeteren. Je kent misschien het gezegde onder de darters "Drie regels om je spel te verbeteren? Trainen, trainen, trainen!". Maar trainen is niet simpelweg een paar uur darts naar het bord gooien, waardoor je automatisch beter wordt. Atleten worden sterker door het steeds maar herhalen van dezelfde geestdodende oefeningen, maar het darten is geen vechtsport; het zijn kunde en gevoel die de kwaliteit bepalen. Het trainen voor het darten is dus anders, en hieronder krijg je enkele tips over het hoe en het waar

Over het plannen en uitvoeren van je trainingssessies.

Hoe vaak, hoe veel? Dat is de door spelers meest gestelde vraag. Het standaard antwoord is natuurlijk niet verrassend, 'zo vaak en zo veel mogelijk'. Hoeveel mensen zijn er echter die 8 uur of meer per dag de tijd hebben om darts te trainen? Antwoord: misschien de profs en een paar werklozen, maar verder haast niemand. Dus krijg je je eigen antwoord - gebruik zo veel tijd als je kan of wil besteden. Als dit 8 uur per dag is, fantastisch, als het 1 uur is, ook goed. Maar hoe lang het ook is, gebruik je tijd goed.
1 uur intense, geconcentreerde en gemotiveerde training is beter dan 8 uur van verveling de pijltjes naar het bord gooien. Vaak trainen is belangrijker dan langdurig trainen.

Een voorbeeld: Speler A traint 7 of meer uren iedere zondag en traint niet gedurende de rest van de week. Speler B traint iedere werkdag een half uurtje en 2 uur op zaterdag en geniet van een luie zondag. Wie denk je dat zijn tijd beter gebruikt….
Precies, de frequentie is belangrijker dan de hoeveelheid, dus het schema van speler 2 is veel beter. Probeer gewoon iedere dag te trainen, met niet meer dan 1 of twee vrije dagen ertussen. Zelfs al besteed je maar 20 minuten per dag, dan ben je al goed bezig. Dan moet je wel tenminste 1 langere sessie per week inplannen bijvoorbeeld in het weekeinde een sessie van meer dan 2 uur wanneer je serieus aan de gang wilt gaan om je spel te verbeteren.
De stelling rondom de frequentie van de training gaat ook op voor twee of meer korte trainingssessies per dag. Speel bijvoorbeeld een kwartiertje in je lunchtijd als je daar de kans toe hebt, en voor nog eens 15 minuten wanneer je thuiskomt. Probeer je trainingen uit te voeren met dezelfde concentratie als je wedstrijden. Wanneer je merkt dat je concentratieniveau zakt tijdens een langere trainingssessie, neem dan een pauze. Gewoon 15 minuten of een half uurtje even wat anders doen. Hetzelfde moet je doen als je motivatie zakt tijdens een trainingssessie, en wanneer het gewoon allemaal niet gaat zoals je wil.
Het is beter om dan te stoppen en even later opnieuw te beginnen met nieuwe motivatie en een goed gevoel.

Ongeconcentreerd en ongemotiveerd trainen is een slechte zaak. In het darten heeft het geen zin om jezelf aan het trainen te dwingen. Als je niet wil,dan doe je het niet. Maar, als je na 1 of twee vrije dagen jezelf er niet toe kan zetten om naar het bord te gaan om te trainen, dan heb je waarschijnlijk niet de persoonlijkheid om een echt goede speler te worden. In vele sporten is zelffoltering (voornamelijk om spierkracht te krijgen) noodzakelijk, in het darten echter niet. Het darten bestaat voornamelijk uit gevoel en coördinatie, geen fysieke ongemakken. (nou ja, weinig dan)

Alleen darten is meestal de beste trainingsvorm

Solitair (alleen) trainen is veel waardevoller dan het trainen met vrienden of het trainen door het gooien van zo veel mogelijk partijen. Wedstrijden gooien is natuurlijk heel belangrijk, maar als je een verhouding vraagt, gooi dan éénderde van je tijd wedstrijden en train tweederde (of meer) van je tijd alleen.
De redenen hiervoor zijn misschien niet helemaal duidelijk voor iedereen, temeer omdat veel spelers ervaren dat ze goed gooien wanneer ze alleen trainen en (relatief) veel minder gooien in een partij. Daarbij denken ze vaak dat ze te weinig trainen op wedstrijden. Dat is echter pertinent NIET waar. Om het maar meteen even duidelijk te maken, iedere speler speelt in een wedstrijd minder dan hij doet tijdens de training. Het is misschien moeilijk te geloven, maar dit geldt ook voor de professionals. En dit is niet alleen zo bij het darten, dit geldt voor iedere sport.

Om je wedstrijdniveau op te schroeven naar BIJNA (precies zou mooi zijn maar is onmogelijk) het trainingsniveau is het belangrijk om vooral de sportpsychologie te gebruiken. De mentale aspecten van het spelen van wedstrijden zijn de veroorzaker van dit fenomeen. En let op. Als jij 1 van die spelers bent die zeggen dat ze in wedstrijden beter gooien dan tijdens de training dan is de reden hiervoor (en ook echt de enige reden hiervoor): je traint te weinig, puntuit. We hebben echter nog niet duidelijk gemaakt waarom het alleen trainen zo belangrijk is.

"Trainen met je maten, maakt niet uit of ze beter of slechter zijn dan jou, dwingt je om je nivo boven dat van hen uit te tillen. Alleen oefenen dwingt je om steeds boven jezelf uit te stijgen, en dat is een hogere limiet dan je ooit van een ander zult krijgen. Je kunt je niveau dus bijna oneindig verbeteren door altijd te proberen je eigen limieten te breken. Hoe goed je ook bent, je kunt altijd beter. Geen enkele partij, vriendschappelijk of echt hard tegen hard zorgt voor verbetering van je niveau wanneer je tegenstander niet beter wordt. Om het wat literair uit te drukken - de enige manier om je huidige persoonlijke limiet je toekomstige standaard te maken is om ALLEEN te trainen.

Welke training-spellen speel je en waarom

Zodra een gesprek gaat over trainen komt deze vraag direct op. Het antwoord hangt grotendeels af van je persoonlijke zwakke punten. Veel spelers oefenen voornamelijk door steeds op de treble 20 te gooien, vervolgens een paar dubbels en bullen en dan weer terug naar de treble 20. Dit is absolute onzin. In vele X01 competities of toernooien zul je veel spelers hoog zien scoren maar toch verliezen op de dubbel. Tenzij je op professioneel niveau speelt, zullen de meeste partijen beslist worden op de dubbel, niet op de scores.
Je kunt dus concluderen dat het raken van de dubbel de grootste zwakte is van de 'normale' darter. Dit betekent weer dat, voor alle darters onder het professionele niveau, het trainen op de dubbels het belangrijkste is, in welke vorm dan ook, voor beginners is daarnaast training op de singles noodzakelijk.
Een goed training spel moet:

• In algemene zin je zuiverheid over het hele bord vergroten;
• Geschikt zijn om alleen te spelen;
• Concentreren op dubbels en singles voor X01 en op trebles en singles voor tactic;
• Uitdagend en veeleisend zijn voor jouw spelniveau, daarentegen mag het niet vervelen of frustreren;
• Aanmoedigend, leuk en competitief zijn;
• Te spelen zijn zonder dat schrijven noodzakelijk is (om je in je ritme te houden).

Met bovenstaande regels kunnen we sowieso alle spellen waarbij de nadruk gelegd wordt op de treble 20 schrappen, in principe dus ook 501 zelf, ook hierbij wordt teveel nadruk gelegd op het scoren van punten. Zorg er in iedergeval voor dat het spel leuk is en dat je trainingen motiveren. Je moet voor jezelf doelen stellen in de training, speciaal voor de langere trainingssessies.
Dit kun je het beste doen door je voortgang in de gaten te houden. Nu heb je, om dit goed te doen, objectiviteit nodig. En dat is nu net iets wat weinigen van ons hebben als het over onszelf gaat. Het beste om objectief te blijven is om je resultaten te noteren in een schrift (of, we zijn natuurlijk modern in een spreadsheet of database). Om dit te kunnen doen moeten de resultaten van de spellen die je speelt wel meetbaar zijn (zoals Galilei zei: meet wat meetbaar is, maak meetbaar wat je nu niet kunt meten). Wat minder hoogdravend betekent dit: je spellen moeten een puntensysteem hebben of je moet een puntensysteem verzinnen.
Je kan ook via onze site een programma downloaden die je scores en statistieken bijhoudt. Een geschikt programma hiervoor is Dartpro.
Kijk bij "Diversen" >>> "Software"

Spel 1: 170

Een goed spel voor ieder niveau. Dit spel komt neer op een verkorte versie van 501 en de meeste van jullie kennen dit gewoon. Net als 501 begin je met 170 gewoon en moet je eindigen op een dubbel. Dit spel focussed op het finishen (dubbels) en ook nog een beetje op het scoren. Het is aanmoedigend omdat 170 de uitgooi is die iedereen wil gooien. De voortgang kun je goed afmeten aan het aantal darts wat je nodig hebt om te finishen. Speel in ieder geval een paar 170'ers in je trainingssessies en schrijf het aantal darts op wat je nodig hebt om te finishen. Door per dag het gemiddelde te berekenen kun je je vooruitgang meten.

Spel 2: Een rondje bord

Dit is een perfect trainingsspel voor beginners. Gooi een rondje singles van de 1 tot de 20 en de bull. Gooi net zo lang op een nummer totdat je het nummer geraakt hebt en tel het aantal darts dat je nodig hebt voor een volledige ronde. Dit kun je ook met dubbels en treble doen. Zolang je je niet verveeld is dit een heel goed trainingsspel.
Een variatie die je kan gebruiken gaat als volgt: gooi drie pijlen op ieder nummer van 1 tot 20 en de bull. Raak je een single dan krijg je 1 punt, een treble geeft 3 punten. Dit is een simpel maar heel goed spelletje, je traint het gooien rond het bord, je groepeert je worpen om de trebles en je kunt altijd achter een nieuwe hoogste score aanjagen. Als beginner zal je hoogste score rond de 60 terechtkomen. Naar mate je beter wordt ga je vanzelf naar de 70 en 80+ scores die goed zijn, boven de honderd dan wordt je echt goed. Dit spel is een goede oefening voor trebles, maar doet helaas niets voor je dubbels (behalve natuurlijk dat het een goede training is om je nauwkeurigheid te verbeteren).

Spel 3: Finishen

Dit is een spel wat meer concentratie vraagt. Je begint met 60 punten en probeer deze uit te gooien met 3 darts. Als je niet met drie pijlen uitgooit ga je 1 punt naar beneden voor de volgende poging. Gooi je uit met drie pijlen dan ga je 10 punten omhoog. Dit doe je zolang je het leuk vindt of totdat zover komt dat je niet meer uit kunt gooien (maar dan ben je echt bijzonder …)

Voorbeeld:
Worp 1: 60 - niet uitgegooid
Worp 2: 59 - uitgegooid
Worp 3: 69 - niet uitgegooid
Worp 4: 68 - niet uitgegooid
Worp 5: 67 - uitgegooid
Worp 6: 77 - niet uitgegooid

En ga zo maar door. Kijk maar eens hoe ver je kunt komen. Om te noteren is dit spel niet zo heel veel waard, het is echter wel bemoedigend en vergt veel van je concentratie. Het gevaar is aanwezig dat je gefrustreerd raakt, als dit gebeurt, begin dan een ander spelletje. Het is een goede training voor X01 en je dubbels.

Spel 4: 25

Dit is een moeilijk spel geschikt voor gevorderde darters. Je begint met 25 punten en werpt drie pijlen op alle dubbels en de bull. De waarden van de geraakte dubbels voeg je toe, en als je drie pijlen op de dubbel mist, trek je de waarde van de dubbel 1x af. Kom je onder de 0 dan is het spel afgelopen (minder goede spelers kunnen met meer punten starten of afspreken dat minpunten zijn toegestaan, om frustratie te voorkomen). Bereik je de bull en heb je nog een aardige score over dan doe je het goed. Er schijnt ergens een oud wereldrecord van boven de 600 punten te zijn voor dit spel.

Voorbeeld:
Worp 1: D1 1x geraakt, 27 punten (25 + D1 = 27)
Worp 2: D2 gemist, 23 punten (27 - D2 = 23)
Worp 3: D3 gemist, 17 punten (23 - D3 = 17)
Worp 4: D4 2x geraakt, 33 punten (17 + 2xD4 = 33)


Een heel leuk spel voor ervaren darters, een goede oefening voor je dubbels en heel leuk om tegen elkaar te spelen. Natuurlijk is ieder spel wat je leuk vindt om te spelen en wat aan bovenstaande criteria voldoet goed om als training te gooien.

De bovenstaande spellen zijn bedoeld voor de langere trainingssessies (1 uur of meer), het spel 170 vormt hierop een uitzondering. Dit spel is ook erg geschikt voor korte oefensessies. Eén of twee rondjes rond het bord kan ook goed in een korte sessie, maar gewoonlijk is het prettiger om te gaan voor wat favoriete dubbels, terug naar de trebles en dan weer terug naar de dubbels. Zolang je er maar voor zorgt dat je wat gevoel krijgt voor de worpen en je pijlen. In een korte sessie is het niet zo belangrijk dat je alles raakt wat je wilt. Concentratie en het krijgen van het juiste gevoel zijn veel belangrijker.

Warming-up

Opwarmen voor een competitiewedstrijd of voor een toernooi is heel belangrijk en zeker de moeite van een speciale paragraaf waard. Probeer voor een belangrijke wedstrijd minstens een half uur geconcentreerde warmup te maken. De profs doen vaak een warmup van enkele uren voor de wedstrijd. Eric Bristow had bijvoorbeeld 4 of 5 uur gedart voor hij zich lekker voelde om aan een partij te beginnen (die altijd minder lang duurde dan de warmup). Hij won het wereldkampioenschap vele malen dus hij zal wel geweten hebben wat hij deed. Een dergelijke extreme warmup is slechts zelden mogelijk, zeker wanneer toernooien in de ochtend starten en de competitie 's avonds direct na je werk.
Wanneer je eenmaal wat ervaring hebt weet je wat je zwakke punten zijn en zul je je eigen favoriete warmup ontwikkelen, een rondje rond het bord op de dubbels verzin het maar. Natuurlijk moet je in de warmup ook het scoren trainen maar op een dergelijk moment zijn de dubbels belangrijker. Ook de warmup voor een toernooi of een competitiewedstrijd doe je alleen. Juist bij de warmup is het gevaarlijk om te veel partijtjes te spelen.
In de warmup wil je zo snel mogelijk allerlei kleine technische probleempjes kwijt. Hiervoor is volle concentratie noodzakelijk, en partijtjes zullen je concentratie veel eerder brengen op het winnen van een partij dan op het oplossen van je probleempjes. Ga pas een partij spelen op het moment dat je je helemaal, voor de volle 100% lekker voelt, zeker niet eerder. Gebruik bijvoorbeeld het volgende als je niet veel tijd heb om de warmup te doen.
Begin met het gooien op dubbel 20, of zelfs erboven. Speciaal dit omdat je voor hoge pijlen goed moet doorzwaaien met je arm, en dat is voor velen een 'technische' probleem. Zodra je je lekker voelt op de dubbel 20 ga dan voor de treble 20, voor even slechts want daarna ga je weer terug naar de dubbel 20. Zolang het niet lukt met de dubbel 20, blijf je doorgaan net zolang totdat het wel goed gaat, op het eind ga je daarna een aantal malen voor de dubbel 3 met de eerste pijl, de bull met de tweede pijl en de dubbel 20 met de derde pijl. Hierdoor ontwikkel je een goed gevoel voor het bord. Daarna nog wat darts op de dubbels en je bent klaar voor ieder "noodgeval".